Belgian Petfood Association
 

Alles weten over obesitas

Definitie van obesitas

Obesitas wordt gedefinieerd als een overgewicht, waarbij het optimaal gewicht van het dier met meer dan 20% wordt overschreden (* Source : Encyclopédie Royal Canin de la Nutrition Clinique Canine).

Men spreekt van zwaarlijvigheid indien het overgewicht minder dan 20% van het ideale gewicht bedraagt.
Men spreekt van morbide obesitas als het overgewicht meer dan 40% van het ideaal gewicht bedraagt (* Source : Encyclopédie Royal Canin de la Nutrition Clinique Canine)

Mogelijke oorzaken

De oorzaken van overgewicht zijn talrijk en divers. De belangrijkste oorzaak is een onevenwichtige voeding en een disproportie tussen aanvoer en verbruik van energie.

Overgewicht kan ofwel te maken hebben met voeding, ofwel veroorzaakt worden door individuele factoren of omgevingsfactoren.

Deze factoren kunnen dus leiden tot overgewicht.

  • Een onevenwichtig rantsoen
    • Voeder dat te veel vet en suiker bevat
    • Voeder dat wordt gegeven in te grote hoeveelheden in verhouding tot de noden van het dier
    • Voeder dat niet is aangepast aan de fysiologie van het dier
      • Een gesteriliseerd dier heeft andere noden, heeft een aangepaste voeding nodig  
  • Individuele factoren
    • Het ras kan een invloed hebben op de gewichtstoename (bvb : Labrador, Teckel…)
    • De leeftijd
    • De seksuele status (een gesteriliseerd dier zal sneller aan gewicht toenemen)
  • Omgevingsfactoren
    • Slechte voedingsgewoonten
    • Te weinig activiteit / beweging

Gevolgen voor de gezondheid

Honden en katten met overgewicht of obesitas zijn gevoeliger aan ziektes / meer aanleg om bepaalde ziektes te ontwikkelen.

We stellen bij deze dieren het volgende vast:

  • Een kortere levensverwachting
    Het is bewezen dat honden met overgewicht minder lang leven dan honden met een normaal gewicht.
  • Bot- en gewrichtsziekten (zoals artrose)
    Een puppy met overgewicht loopt een sterk risico om ook dik te worden op volwassen leeftijd. Bij de grote hondenrassen, leidt overgewicht zelfs tot gewrichtsaandoeningen, dikwijls met onomkeerbare schade. Diezelfde tendens vindt men ook terug bij katten, alhoewel deze daar dikwijls wordt onderschat.

    Een dier met overgewicht dat aan artrose lijdt, kan snel terecht komen in een vicieuze cirkel : hoe hoger het lichaamsgewicht, hoe minder het dier zal bewegen, terwijl regelmatig bewegen aan een gematigd tempo juist de sleutel is ter verbetering van artrose.

  • Hart- en ademhalingsstoornissen
  • Een verhoging van het vetgehalte in het bloed
    Een grote vetmassa bevordert de ontwikkeling van cholesterol en triglyceriden in het bloed.
  • Suikerziekte
  • Achteruitgang van de kwaliteit van huid en haar
  • Een vermindering van de immuniteit
  • Een verhoogd risico bij operatie en/of anesthesie
  • Borsttumoren bij vrouwelijke katten
  • Problemen aan de urinewegen

 

Enkele statistieken

Men schat dat vandaag           47% van de honden een overgewicht heeft
                                                     61% van de katten een overgewicht heeft
Overgewicht omvat elke situatie waarin het gewicht van de hond of de kat het ideale gewicht overschreidt dat hoort bij het ras, de grootte,...

Binnen dezelfde groep van dieren met overgewicht
Schat met vandaag dat          21% van de honden obees is
                                                   25% van de katten obees is

Vergeet niet dat obesitas een overgewicht betekent van meer dan 20% vergeleken met het ideaal gewicht (* Source : Encyclopédie Royal Canin de la Nutrition Clinique Canine)

 

Evaluatie van de gezondheid van hond of kat

Er bestaat een makkelijke methode om, op een eenvoudige manier, de gezondheid van een hond of een kat te evalueren: de methode van de wide body score.

Door te kijken naar de karakteristieken van het silhouet, kan men zich een idee vormen hoe het met de gezondheid van het dier is gesteld, zoals gepreciseerd in bijgevoegde beschrijving.

Traditioneel, maakt men een onderscheid tussen 2 schalen : een schaal met scores van 1 tot 5 en een andere schaal (meer precies) met scores van 1 tot 9.

(* bron : Journal of the American Hospital Animal Association – www.jahaa.org)

Deze evaluatie is slechts een inschatting en moet worden aangevuld met een grondige evaluatie door de dierenarts.

Het gewicht blijft echter de beste referentie om de gezondheid van een hond of kat te bepalen.

 

Nutritionele behoeften van hond of kat

Definitie

De nutritionele behoeften eigen aan honden en katten in het algemeen, bestaan enerzijds uit behoefte aan energie (de calorieën zijn voornamelijk afkomstig van vetten aanwezig in de voeding en in mindere mate van suikers en van eiwitten) en anderzijds uit de behoefte aan een gezond evenwicht tussen de componenten waaruit het rantsoen bestaat, namelijk: eiwitten, vetten (lipiden), suikers (gluciden), vitaminen en mineralen.

De energiegehalte van een rantsoen wordt vooral bepaald door de gluciden en de lipiden. Het dagelijks energieverbruik bij honden en katten bestaat in de eerste plaats uit het basaal metabolisme (dit is het energieverbruik van het dier in volledige rust), wat 60% tot 70% van het totale energieverbruik vertegenwoordigt. Anderzijds slorpt de werking van de spieren, de vertering en de thermoregulatie (om de lichaamstemperatuur constant te houden) ook een hoeveelheid energie op.

Verbruik van energie

Bij alle levende dieren, bestaat het energieverbruik uit de som van volgende 3 componenten :

  • het basaal metabolisme, namelijk de energie die nodig is in rust, in nuchtere toestand
  • de thermogenese, de energie die nodig is om de lichaamstemperatuur constant te houden
  • de fysieke activiteit, waarvoor ook energie nodig is.

    Elk van deze componenten hangt van één of meerdere factoren af.

    De energie wordt geleverd door het voederrantsoen van hond of kat. De energietoevoer wordt bepaald door de verhouding van de voedingsstoffen waaruit het rantsoen is samengesteld, t.t.z. in de eerste plaats de vetstoffen (voornaamste bron van calorieën), in de tweede plaats de gluciden of suikers en tot slot de eiwitten.

    Om uw huisdier in optimale conditie te houden, is het belangrijk om te zorgen voor een aangepaste energieaanvoer vanuit de voeding. Deze energie moet toelaten om, op een evenwichtige manier, aan de fysiologische behoeften van het dier te voldoen. Het is evident dat als uw dier meer energie inneemt dan dat het verbruikt, het dier aan gewicht zal toenemen. Omgekeerd, als de energie-inname lager ligt dan wat het dier nodig heeft, zal het dier vermageren.

Variaties in energiebehoeften

De energiebehoeften zijn afhankelijk van de fysiologische eigenschappen van het dier (groei, verzorging, dracht, lactatieperiode), de seksuele status (gecastreerde kat of niet gecastreerde kat), de buitentemperatuur, de vacht (lange haren, korte haren,…), de leeftijd, en van individuele verschillen.

Om de energiebehoefte te berekenen, dient men rekening te houden met de verschillende parameters die de energiebehoefte van uw hond of kat bepalen.

Bij honden en katten, heeft het ras op zich ook een invloed op de energiebehoefte. Zelfs met hetzelfde lichaamsgewicht, kunnen de basisenergiebehoeften verschillend zijn. Dit komt door het feit dat de verhouding tussen de hoeveelheid vetmassa en de magere massa verschilt van ras tot ras. De vetmassa is inert en vraagt minder energie. De magere massa, die bestaat uit spieren, het skelet en organen, slorpt daarentegen veel energie op.

De energiebehoeften tijdens de dracht liggen veel hoger dan de basisenergiebehoeften. De gewichttoename bij het vrouwelijk dier is vooral zichtbaar aan het einde van de drachtperiode. De energiebehoefte stijgt vooral tijdens het laatste derde van de drachtperiode. Daarom is het belangrijk om vanaf de 42ste dag over te stappen naar een energierijke voeding.

Lactatie is ook een proces dat veel energie vraagt van het dier. De energiebehoefte is hier uiteraard heel groot. Daarom is het noodzakelijk om uw kat en hond het rantsoen te geven waar het behoefte aan heeft.

Ook puppies verbruiken veel energie tijdens hun groeiperiode. Deze energie wordt gehaald uit eiwitten en vetten. De totale behoefte aan energie tijdens de groeiperiode bestaat enerzijds uit de energie die nodig is voor het basisonderhoud van het dier en anderzijds uit de energie die nodig is om het lichaamsgewicht doen toenemen.

Zeer actieve honden en katten, die buiten spelen of die jagen hebben meer energie nodig dan dieren die niet actief zijn. Beweging vraagt een verhoogde aanvoer van energie via de voeding.

De temperatuur van de omgeving heeft ook een invloed op de energiebehoefte van het dier. Bij een temperatuur tussen de 0 en de 35°C, ligt de energiebehoefte 0,5 keer hoger dan bij kamertemperatuur. Dit betekent dus dat honden niet enkel nood hebben aan een hogere energietoevoer in de winter maar ook in de zomer wanneer de temperatuur oploopt tot 35°C.

Tot slot, castratie en sterilisatie: bij gecastreerde en gesteriliseerde dieren ligt de basisbehoefte aan energie lager.

Energiebehoeften van de kat

Energiebehoeften voor onderhoud: de "Maintenance energy requirement” (MER)  is de energie die nodig is om in het onderhoud van een volwassen niet gecastreerde kat te voorzien, namelijk een kat met constant lichaamsgewicht (niet tijdens de dracht of  lactatie periode) , met gematigde activiteit, in gematigde temperatuursomstandigheden (15-25 °C). In het algemeen schommelt de gemiddelde energiebehoefte voor onderhoud bij een kat tussen de 60 et 70 kcal per kg lichaamsgewicht. Een kat van 4 kg zal dus 240 tot  280 kcal EM/dag nodig hebben.

Om de hoeveelheid aan voeder te bepalen die een kat nodig heeft voor haar onderhoud, volstaat het dus om de dagelijkse behoefte aan calorieën te delen door de caloriedichtheid van het voeder.

Om deze berekening zo correct mogelijk te maken, raden we u aan om contact op te nemen met uw dierenarts, hij is ook de diëtist van uw hond of kat!

 

Opvolging van het overgewicht

Het is belangrijk om een realistisch objectief  te stellen als u uw kat of hond met overgewicht wil doen vermageren.

Een verlies van 1 tot 3 % lichaamsgewicht per week is een realistische doelstelling (t.t.z.100 à 300g/week voor een hond van 10kg). Men moet niet trachten om dit op te drijven, anders bestaat het gevaar voor terugval.

Het is belangrijk om de goede praktijken toe te passen: een volledige en evenwichtige voeding, aangepast aan het niveau van beweging, het ras en het levensstadium (dier in groei of volwassen dier) , in combinatie met de nodige fysieke beweging (gedoseerd) en zonder af te dwalen van de voedingsgewoonten.

Contact

Belgian Petfood Association

Gasthuisstraat 31, Brussel

Tel: +32 (0)2 512.09.55

E-mail: info@bepefa.be